Leeuw dankt zijn naam aan het oude Germaanse ‘Hlaiwa’ wat heuvel betekent. De naam Lewis verschijnt voor het eerst in 1079. De aanvulling met Sint-Pieter verwijst ernaar dat Leeuw aan Sint-Pieter was gewijd, door zijn afhankelijkheid van het Sint-Pieterskapittel te Keulen. Bij de verbrokkeling van het land van Gaasbeek in 1687 kwam sint-Pieters-Leeuw in het bezit van de familie Roose, die op het waterkasteel van coloma woonde. In 1690 werd het een baronie. De huidige gemeente sint-Pieters-Leeuw is sinds 1977 een fusie van volgende deelgemeenten: Ruisbroeck, Oudenaken, Sint-Laureins-Berchem, Sint-Pieters-Leeuw, Vlezenbeek.
Het Colomakasteel is een blijvende getuige van het grote belang dat de "Heerlijckheydt van Sinte Peeters Leeuw" had in het land van Gaasbeek. Het Colomakasteel is een typisch voorbeeld van de overgang van een versterkt kasteel uit de 15e eeuw naar het "lusthuis" of "huys van plaisantie" ofte buitenverblijf. Het is een vierkant gebouw met vierkante hoektorens en een peervormig dak en omringt door beschermende vijvers. Maar in plaats van smalle kijkgaten werden brede venstens voorzien en aan de gevels zien wij geen verdedigingsmiddelen meer. Op oude kaarten heet het kasteel van Leeuw "Hecke" of "Necke".
Het kasteel is thans volledig gerestaureerd en fungeert als gemeentelijk cultureel centrum en ruimte voor de gemeentelijke dienst cultuur.
Het bakstenen waterkasteel is toegankelijk via een brug, rustend op vier bogen. Bij de jongste restauratie in 1992 werd de arduinen brugleuning volledig vernieuwd door een modern ontwerp gerealiseerd door beeldhouwer Patrick Crombé als geïntrigeerd kunstwerk.
In het 15 ha grote kasteelpark zien wij nog een paar interessante bijgebouwen zoals het voormalig koetshuis van 1731 (nu een taverne) en een tuinpaviljoen met traptoren (eind 18e eeuw) dat thans het rozenmuseum is. Het park zelf werd oorspronkelijk aangelegd volgens de Franse stijl : dreefstructuren, rechthoekige vijver, vijverkanaal en de geometrische vormen van het park. Naderhand overheerste de Engelse stijl van tuinaanleg, wat ook hier merkbaar is. Getuige hiervan het zuidoostelijk deel van het park dat in de 18e en de 19e eeuw aan de Engelse stijl aangepast werd. In het Colomapark werd recent één van de mooiste rozentuinen van Europa aangelegd.
Nog in het park werd het Gemeentelijk Toerismebureau ondergebracht in het vroegere dienstgebouw met bakoven langs de Sint-Sebastiaansstraat.
Rozentuin
In de Rozentuin van Sint-Pieters-Leeuw bloeien jaarlijks meer dan 3000 rozenvariëteiten uit 25 verschillende landen. In 1995 begon de afdeling Agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse Gemeenschap met het aanleggen van de tuin. In de volgende zeven jaren werd hij omgetoverd tot één van de grootste en belangrijkste rozentuinen van Europa.
De tuin werd aangelegd in vier fases: De rood- witte tuin, de Vlaamse tuin, de oude rozentuin en als laatste de Internationale tuin. Daarna werden ook nog een perceel klimrozen geplant en een parterre met stamrozen.
deel 1: De rood- witte rozentuin
De rood- witte rozentuin is aangelegd in typische Franse classicistische stijl: geometrische patronen worden gevormd door middel van taxus- en buxushagen. Daardoor wordt dit gedeelte onderverdeeld in tuinkamers die door ramen een speelse doorkijk bieden op de achterliggende kamers. Daarin zijn 145 variëteiten van rozen aangeplant in rode en witte kleuren; de kleuren van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw zelf. Verder is ook het wapenschild van de baronie Roose, de vroegere heren van Leeuw, uitgebeeld in rozen.
deel 2: De Vlaamse rozentuin
De Vlaamse rozentuin, het tweede gedeelte, brengt een ode aan de Vlaamse rozenveredelaars. Hier kan men rozenvan bekende veredelaars aantreffen. Louis Lens uit Onze-Lieve-Vrouw-Waver krijgt hier speciale aandacht. Hij verwierf wereldfaam met zijn kruisingen van botanische (wilde ) rozen. De tuin omvat zo’n 250 verschillende rozensoorten die hun hoogtepunt vinden in een enorme rozenkoepel.
deel 3: De oude rozentuin
‘Een levend geschiedenisboek’ is misschien een goede benaming voor het derde gedeelte van de tuin. De oude rozentuin vertelt het verhaal van de roos door de eeuwen heen. Een 700-tal oude rozen, die vandaag fungeren als de belangrijkste stamouders van onze moderne rozen, verhalen de ontstaansgeschiedenis van de hedendaagse roos vanaf de Klassieke Oudheid. Buiten het grote aantal oude rozen kan men er ook een 60-tal resistente rozen vinden. Deze rozen staan bekend omwille van hun uitmuntende groei- en bloeikwaliteiten en hun bestandheid tegen de meest voorkomende en gevreesde rozenziektes.
deel 4: De Internationale tuin
De Internationale tuin is het laatste en wellicht meest imposante deel van de rozentuin. Hier bloeien rozen uit bijna alle landen van de Europese Unie, Oost-Europa en de ‘Nieuwe Wereld’. Pioniers namen eigen plantengoed immers mee naar hun nieuwe thuisbasis en kruisten die met plaatselijke plantensoorten. Dit geschiedde ook met de rozen en resulteerde in een mooie waaier van nieuwe rozen in landen als Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië etc. Alle terug te vinden rozen in dit gedeelte van de tuin zijn toprozen, bekroond op rozenconcours en gekozen in samenspraak met rozenverenigingen van de betrokken landen. De Internationale tuin zelf is aangelegd in een informele, landschappelijke, Engelse stijl. Een stijl typisch uit de 19e eeuw die reageert op de Classicistische Franse stijl en zijn heil zoekt in het romantische gedachtegoed. Deze stijl laat ook speelse knipoogjes toe in de tuin. Zo zijn de rozen gerangschikt volgens land van herkomst en worden deze landen symbolisch voorgesteld: Frankrijk wordt doorsneden met wijnranken en de zithoek is er opgebouwd uit wijnvaten. Om het Groot-Hertogdom-Luxemburg door te komen moet u de brug over het ravijn nemen. Ierland heeft hier sporen van zijn basalten kuststrook achter gelaten. In Duitsland is het Ijzeren Gordijn nog niet helemaal geschiedenis…
***** *****
extra: klimrozen op fruitbomenarboretum
* De boomgaard aan de andere kant van het Colomapark verzamelt oude fruitboomvariëteiten. Tegen hun stammen zoeken zo’n 150 klimrozen de weg naar de hemel. Deze dienen niet alleen als beschermmantel tegen vee en fruitdieven, maar geven ook dat extra tintje kleur aan de boomgaard.
Openingsuren: De rozentuin in het Colomapark is open van 15 mei tot 30 september van 10.00 u. tot 20.00 u. en in oktober van 10.00 u. tot 19.00 u. Gesloten op maandag. Bussen kunnen parkeren in de Rooselaarstraat.
Rozenmuseum
Het rozenmuseum is ondergebracht in het apart staande, gerestaureerde torentje ( met arduinen hoekstenen afgeboord en met classicistische trekjes)daterend uit het eind van de 18de eeuw is gesitueerd in het centrum van het Colomapark. Het witte kronkelpad tussen de statige stamrozen brengt u er naar toe. Dit museum zag het licht in juni 2002 en dient als informatiecentrum over alles wat rozen aangaat.
Op het gelijkvloers wordt een geschiedenis geschetst van de roos vanaf de oertijd tot de dag van vandaag. Hier zie je hoe vorm en kleur in de loop der tijden aan belang wonnen bij de veredelaars en dat de geur daarom naar het achterplan verdween. Eén van de meer opvallende hoogtepunten van dit zoeken naar nieuwe kleuren, is het ontstaan van een groene roos. Op de eerste verdieping kan je alle mogelijke informatie opvragen over de rozen aanwezig in de rozentuin en de boomgaard. Maar ook over hoe je de rozen het best kan snoeien. Of hoe je bepaalde ziektes het best te lijf gaat. Een korte geschiedenis van het park zelf, het kasteel en zijn bewoners en de omliggende parken in de Groene Gordel rond Brussel zijn eveneens terug te vinden op de computers. De tweede verdieping spitst zich toe op de 5 zintuigen. Op een speelse wijze kan je de rozen niet alleen voelen, ruiken, zien of proeven, maar ook horen via liedjes waarvan de componisten geïnspireerd waren door de roos.
De leidraad doorheen het museum is vanzelfsprekend de roos. Dit wordt echter op een zeer creatieve wijze symbolisch weergegeven! Een gigantische roos, wiens bestaan geworteld is in de kelder, groeit doorheen de verschillende verdiepingen en bloeit open op de laatste verdieping. Voor de kenners: het is een Eglantierroos, in de volksmond ook wel apothekersroos genoemd.
Opmerkelijk aan dit torentje zijn ook de met rozen versierde glasramen. Ze zijn het werk van de internationaal bekende glaskunstenaar Maurits Nevens. Een man afkomstig uit het naburige Lot (Beersel). Over zijn werk in het rozenmuseum schreef Maurits het volgende: “De bedoeling was de ruimte in een atmosfeer te dompelen van voornaam genot van warm licht, gebracht door een hymne of een ode aan de onvergankelijke roos...” Ook de rest van de restauratiewerkzaamheden werd volgens deze gedachte voltrokken. We vinden dan ook rozen terug tot in de kleinste details van het gebouw: de lampen, het behang, de schouw,…
Openingsuren: Het rozenmuseum is open van 15 mei tot 15 oktober elke dag behalve maandag en dit van 13.30 uur tot 17 uur.
Sint-Pieterskerk
De Sint-Pieterskerkn, opgetrokken in mergelzandsteen is een vertrouwd herkenningspunt in de Zuunvallei en de centrale blikvanger van het dorp. Het is één van de belangrijkste geclasseerde gebouwen. Belangrijke delen van dit gotisch gebouw dateren van de 15e eeuw (kruisbeuk en het koor). Er zijn aanwijzingen dat er reeds in de 9de eeuw een kerk bestond in Leeuw. Maar het is niet duidelijk waar die zou gestaan hebben. De westertoren daarentegen werd samen met het traptorentje en het schip pas in de 16e eeuw gebouwd.
De Sint-Pieterskerk werd verschillende malen aangepast en gerestaureerd. Zo kreeg de toren een classicistisch portaal in 1768 en werden in 1783-1784 de zijbeuken vergroot en met de middenbeuk onder één dak gebracht.
Blikvanger in de kerk is de monumentale laat barokke preekstoel die in 1754 in opdracht van de toenmalige pastoor werd gemaakt door de Mechelse beeldhouwer Jan Frans Van Turnhout en die geïnspireerd is op de preekstoel van de Sint-Pieter en Pauluskerk in Mechelen. Met de voorstelling van de apostellen Petrus en Paulus die met het “woord” (boek) en daad het evangelie verkondigen.
Bijzondere aandacht verdienen ook het schilderij "De kruisiging van Sint-Pieter" dat toegeschreven wordt aan Jan Cossiers (1600-1671) en tegen de noorder koormuur hangt, het hoofdaltaar uit de 16e eeuw en de fresco's George de Geetere. De Kerk is gesloten tussen 14.00 u. en 15.00 u.
Groenenberg
Het park van Groenenberg, een levend schilderij, honderd jaar geleden vakkundig ontworpen door landschapsarchitect Edmond Galoppin. Een park vol verfijnde vista's en bloemenperken, in alle seizoenen zinderend van kleur en leven. Het domein werd ook verrijkt met onder andere collecties rododendrons. Het kasteel staat op het hoogste punt van de gemeente nl. 82,50 meter. Het is niet toegankelijk voor bezoekers. Het herbergt de diensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Het domein Groenenberg is 45 hectare groot. Solitaire parkbomen, bloeiende heesters en grote grasvelden trekken de aandacht en toch is tweederde van het glooiende parklandschap bebost. De bosranden zijn afgezoomd met cultuurplanten zoals botanische rozen en rododendrons. Die randbeplanting zorgt dat het geheel op een 'park' lijkt, maar schermt tevens de bospartijen af tegen ongewenst bezoek. Daarom kan in het bos haast ongemerkt aan reservaatbeheer worden gedaan. In alle stilte is Groenenberg ook nog een 30 ha groot natuurreservaat, waar flora en fauna hun eigen gangetje gaan.
De rijke afwisselng in de plantengroei maakt Groenenberg samen met Gaasbeek tot een ideale pleisterplaats voor vogels en andere dieren.
VRT zendmast
De VRT-toren is een vrijstaande toren voor radio- en televisietransmissie. De toren werd in 1996 gebouwd te Sint-Pieters-Leeuw. De betonnen toren is 300m hoog, heeft een diameter van 27m aan de basis en 1,3m aan de top. De toren werd opgetrokken om de ontvangst in Brussel te verbeteren, en de locatie werd gekozen om het vliegverkeer vanuit Zaventem niet te hinderen. De toren werd gebouwd door de firma Van Rijmenant uit Ternat.
Brouwerij Lindemans
Acht generaties geleden, in 1809, exploiteerde de familie Lindemans een boerderij in Vlezenbeek, aan de rand van Brussel. Om tijdens de wintermaanden iedereen aan het werk te houden, werd besloten een klein lambiekbrouwerijtje op de boerderij in te planten.
Door het groeiende succes van de lambiek werd het brouwen stilaan belangrijker met als gevolg dat de landbouwactiviteiten werden stopgezet in 1950. Vanaf dat ogenblik begon de familie Lindemans volop Geuze en Kriek te produceren.
In 1978 werd Faro, een populaire volksdrank ten tijde van Breughel, opnieuw gelanceerd nadat hij bijna volledig van de markt verdwenen was. Framboise werd voor het eerst op de markt gebracht in 1980, en ten gevolge van het succes van dit fruitbier creëerde Lindemans 2 nieuwe fruitbieren: Cassis in 1986 en Pêcheresse (perzikenlambiek) in 1987.
Door de nog steeds groeiende vraag naar lambiekbieren was de capaciteit van de verouderde brouwzaal te klein geworden om de productie te volgen. In 25 jaar tijd groeide de productie van 5.000 Hl naar 50.000 Hl. Om de lambiek te vrijwaren voor een kwaliteitsdaling ten gevolgen van overproductie, werd in 1991 besloten om naast de oude brouwerij een nieuwe brouwzaal op te richten, met een capaciteit die drie keer hoger lag.
In 1995 werd er opnieuw creatief met lambiek geëxperimenteerd, en zag een ongewoon bier het licht: het Tea Beer, een bier met een verrassende citroenzuur -zoete smaak.
Door de jarenlange ervaring met lambiek en door steeds een perfecte kwaliteit na te streven, bleven ook de resultaten niet uit:
In 1985 riep Michael Jakson (The Beerhunter) Lindemans Kriek uit tot één van de 5 beste bieren van de wereld. De brouwerij wordt beheerd door Geert en Dirk Lindemans.
Adresgegevens: Lenniksebaan 1479, 1602 Vlezenbeek Tel : 02 569 03 90
Dit emailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft javascript nodig om het te kunnen bekijken
De watermolen van Volsem werd gebouwd in 1553 aan de "Zuene", op de plaats waar rond de jaren 1100 een verblijfplaats was voor melaatsen. Een driehoekige verblijfplaats die aan alle zijden afgebakend was door water. De naam "Volsem" of "Volxem" werd in 1217 "Volsegem" geschreven. De bedding van de Zuunbeek werd ondertussen verlegd en het dubbele waterrad of tandenrad, zo kenmerkend voor deze watermolen, is jammer genoeg verloren gegaan. Het sluiswerk bleef intact. Interessant aan het gebouw zijn het leien dak en de grote en kleine dakvensters. Noteer ook de band van witte steen en baksteen onderaan, om het opstijgend vocht te weren. Het gebouw werd verkocht in 1967 en is thans in gebruik als restaurant met dezelfde naam.
Oud gemeentehuis Vlezenbeek
Het gewezen gemeentehuis van Vlezenbeek staat langs de Postweg op het gemeenteplein Het werd gebouwd in 1951. Boven de ingang prijkt het wapenschild van Vlezenbeek. Het gebouw herbergt nu een uitleenpost van de bibliotheek en een lokaal voor de wijkagent.
Kerk Vlezenbeek
Het koor van de Onze Lieve Vrouw-Kerk in zandsteen is het oudste deel van de kerk en dateert van de 14e eeuw. Het was het eerste deel dat gebouwd werd nadat Vlezenbeek een onafhankelijke parochie werd in 1350. De voltooiing van de kerk gebeurde veel later, in 1808 met de bouw van het zuidelijk zijkoor en zijbeuk. Dankzij de vrijgevigheid van de kasteelheer Paul Anconati Viscanti Ondertussen werden de noordersacristie en het noorderzijkoor gebouwd in de 15e eeuw en werd de 14e eeuwse middenbeuk in de 17e eeuw hersteld. De noordelijke zijbeuk dateert van 1771. In de buitenmuur van de kerk is een arduinen gedenksteen met de bouwdatum en de naam van de kasteelheer van Gaasbeek : Paul Arconati Visconti, als een symbool van de nauwe bindingen van Vlezenbeek met het "Land van Gaasbeek". Het meubilair van de Onze Lieve Vrouw-Kerk is voornamelijk 18e en 19e eeuws; merkwaardig zijn het hoofdaltaar uit 1739, de rococolambriseringen en de ingewerkte biechtstoel.
Bibliotheek Sint-Pieters-Leeuw
Dit gewezen gemeentehuis van Sint-Pieters-Leeuw werd naar een ontwerp van architect Cordemans, rond 1850 gebouwd aan de rink.
Na de wereldoorlog 1914-1918 werd vóór het gemeentehuis het indrukwekkend monument ter nagedachtenis van de Leeuwse gesneuvelden van de wereldoorlogen opgericht.
De boom van Witse in de Puttenbergstraat
Dit is de boom, die in de generiek van "Witse" (VRT) te zien is en waar hij soms gaat mijmeren over zijn problemen.
Korte inhoud van de serie:
Witse werd weggepromoveerd en belandde als commissaris bij de moordsectie van de Federale Recherche in Halle. De bitterheid omtrent zijn echtscheidingsperikelen ebde er langzaam weg en ook professioneel bloeide hij weer open. meer info: www.een.be/witse
Natuur: Zuunvallei, Volsembroek, Oude Zuun, Laarbeekvallei,...
Bron: Natuurpunt Sint-Pieters-Leeuw
Wandelingen en natuurbeheer: Geert Cromphout, conservator 02-377 66 25
Volsembroek Zoals het oude woord ‘broek’ laat vermoeden, is dit een zeer moerassig stukje Zuunvallei. Grote delen staan ‘s winters blank en zelfs in volle zomer blijft het hier zeer nat en drassig. De gevarieerde natte vegetatie in het Volsembroek trekt veel weide- en moerasvogels aan. Zulke grote vochtige gebieden zijn zeldzaam. Graslanden worden gedraineerd en vele moerassen werden gedempt. Daarom is dit gebied niet alleen belangrijk als een geschikte broedplaats maar vooral ook als rustplaats voor trekvogels van en naar hun overwinteringsgebieden. Naast vele eendensoorten en reigers verblijven hier regelmatig witgatje en tureluur. Vanaf de observatie-kijkwand kan je deze vogels zien. De watersnip is in het winterhalfjaar een typische bezoeker van het Volsembroek. Het is een bruine moerasvogel die moeilijk van dichtbij te zien is. De watersnip is wel goed herkenbaar als hij wegvliegt in zijn typische zigzagvlucht met daarbij wat hese, raspende kreten. * Toegang: Wandelaars kunnen het natuurgebied bezoeken
Oude Zuun Dit stukje Zuunvallei ligt langs een afgesneden beekmeander en is een overblijfsel van het oude cultuurlandschap met kleinschalige percelen en diverse kleine landschapselementen. Een cultuurlandschap is een gevolg van menselijke activiteiten, zoals landbouw. Hagen, houtwallen, bomenrijen, knotbomen, hooilanden en poelen zijn kleine landschapselementen. Vroeger werden ze door landbouwers aangelegd als afsluiting, houtvoorraad of veedrinkplaats. Omdat moderne technieken een gemakkelijker alternatief bieden, verdwijnen deze kleine landschapselementen. Jammer, want ze geven een hoge belevingswaarde aan het landschap. Maar bovenal spelen de landschapselementen een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. Voor zowel planten als dieren kunnen deze landschapselementen verschillende functies hebben: verblijfplaats, broedplaats, route voor verplaatsingen en op zoek naar nieuwe gebieden. De hooi- en weilanden van de Oude Zuun behoren tot de botanisch meest waardevolle van de hele vallei. Om dit te bewaren is natuurbeheer, zoals hooien en nabegrazen, noodzakelijk. Sinds 1989 zorgt Natuurpunt Leeuwse Natuurvrienden voor het beheer van dit natuurgebied. De vochtige hooiweiden zijn duidelijk te onderscheiden van andere moderne landbouwweiden door hun bloemrijkdom. Planten zoals bosbies, veldrus en dotterbloem wijzen op de aanwezigheid van kwelwater of opstuwend grondwater. * Toegang: Het natuurgebied is vrij toegankelijk op de openbare wandelwegen.
Volsembroek Zoals het oud woord ‘broek’ laat vermoeden, is dit een zeer moerassig stukje Zuunvallei. Grote delen staan ‘s winters blank en zelfs in volle zomer blijft het hier zeer nat en drassig. Van de lente tot de late herfst zijn Gallowayrunderen onze natuurlijke grasmachines. Dit zachtaardige ras is van Schotse oorsprong. Ze zijn herkenbaar aan hun dikke vacht met krullend haar en hebben ook geen hoorns. Deze sterke runderen zijn goed bestand tegen de vochtige omstandigheden en het harde leven buiten. Galloways kunnen het met zeer weinig stellen en zijn ook in staat om zeer ruig en hard plantenmateriaal te verteren. Door de “extensieve” begrazing wordt de vegetatie ook gunstig beïnvloed: de verscheidenheid van inheemse planten neemt toe en minder courante soorten krijgen ook een kans.Extensieve begrazing betekent dat er maar een à twee dieren per hectare weide staan. Dit heeft tot gevolg dat korte, grazige plekken afwisselen met hogere, ruigere vegetatie. * Toegang: Wandelaars kunnen het natuurgebied bezoeken
De Zuunbeek Door het natuurgebied Oude Zuun kronkelt een afgesneden arm van de oude loop van de Zuunbeek. De Zuunbeek is de ruggengraat van de Zuunvallei. Zowat de helft van het Pajottenland watert via de Zuunbeek af naar de Zenne. Het is een echte regenwaterbeek: na hevige buien of langdurige neerslag kan het debiet méér dan vertienvoudigen en stijgt het waterpeil soms 2,5 meter. Dit leidde vroeger tot overstromingen, zeker ’s winters. Door de toegenomen bebouwing kan de beek niet meer overal buiten haar oevers zonder schade te veroorzaken. Om de problemen met de waterkwantiteit te voorkomen, werden begin jaren ’70 wachtbekkens aangelegd en werd de Zuunbeek verbreed, uitgediept en rechtgetrokken. Daarmee werd de waterellende grotendeels ingedijkt, maar de Zuunbeek is anno 2006 een “dode” beek. Om terug een levende beek te krijgen moet er een goede waterkwaliteit zijn. Een moerriool langs de overzijde van de beek voert het afvalwater rechtstreeks naar de zuiveringsinstallatie in het Negenmanneken af. Zuiver water alleen volstaat niet. De waterloop moet ook voldoen aan diverse natuurlijke condities. Voorbeelden van herstelmaatregelen voor een natuurlijke waterloop zijn: - een kronkelende beek- inrichten van oevers als bufferzones met holtes, kuilen en bomen - een gevarieerd stromingspatroon, i.p.v. overal een even brede beek en een effen bedding. De oude meanderende Zuunbedding in ons natuurgebied Oude Zuun zal in de toekomst vermoedelijk opnieuw aangesloten worden en stromend water ontvangen. Dit zal de natuurwaarde van de beek en de ganse vallei fel verhogen. * Toegang: Het natuurgebied is vrij toegankelijk op de openbare wandelwegen.
Jaarlijkse evenementen
De Rozendagen Elk jaar staat eind juni in het Colomapark alles in het teken van "de Roos" met tentoonstellingen en demonstraties.
Leeuwerikloophttp://leeuwerik.telenet.be/ Elk jaar in juli Afstanden: jeugd: 600 en 1200 m volwassenen: 6 en 12 km